| Op 4.300 meter hoogt pompt Ruben even de achterband op. |
Donderdag 26 augustus 2010. Zo, dat was vannacht even koud zeg. De hoogte merken we ook. 's Nachts diverse keren wakker geworden met hoofdpijn en moeilijkheden met adem halen. Na het ontbijt vertrekken we om acht uur. We gaan door de Siloli woestijn, met vreemde rotsformaties. Daarna gaan we langs diverse hooggelegen en gekleurde meren. Er fourageren grote groepen flamingo's. Als we halverwege de middag in Chuvica aankomen, vertelt Ruben dat er een probleem is en dat we moeten wachten. Zal het eindelijk een nieuwe achterband zijn? Hij kijkt namelijk de hele dag uit het raam naar de achterband. Als hij de auto weer in komt, begint hij in het Spaans te ratelen en we begrijpen er geen van allen wat van. De enige woorden die we opvangen zijn problema en carne. Oftewel, er zijn problemen en het heeft met vlees te maken. Wij proberen uit te leggen dat we naar het zouthotel willen en het niet erg is als er geen vlees is. Dan maar soep met brood. Geïrriteerd stapt hij weer in en rijden we verder de woestijn in. De ietswat gespannen sfeer wordt erger als hij elke tegemoet komende jeeps tegen houdt en om vlees vraagt en 'nee' krijgt te horen. De zon gaat al bijna onder en uiteindelijk belanden we toch in het zouthotel aan de rand van de zoutvlakte Uyuni. Het hotel (beetje te luxe benaming) is compleet gemaakt van blokken zout. Alles, behalve het toilet en de lampen. Uiteraard zijn we zeer benieuwd naar het avondeten. Het is soep met brood. Daarna komt toch het vlees. Er is kip voor iedereen! 's Avonds zien we een prachtige sterrenhemel en daarna komt de maan op. Nog nooit zoiets moois gezien!
| Samen op de zoutvlakte Uyuni. |
| Martin, Takeru, Brenda en Niels. |
Het is nog twee uur rijden naar Villa Mar. We gaan door een zeer verlaten landschap. Dan is de weg afgesloten en zwaait een man bij het begin van de wegwerkzaamheden. Er ligt geen asfalt maar ze zijn bezig de piste vlakker te maken. We worden bijna aangereden door een machine. Verderop staat een vrachtwagen met één wiel op de weg en de rest ernaast. Niet veel verder wordt een band verwisseld. Hopelijk blijft bij ons alles heel. Voor ons ligt een enorm groot dorp tegen de bergen. Maar als we dichterbij komen zien we dat het dorp rotsformaties zijn. Hier gaan we van de weg af en rijden zonder bordaanwijzingen de middle of nowhere in. Langszaam gaat de zon onder. We zien in de graslanden nandu's (een soort kleine struisvogel) lopen. Maar ook lama's en vicuna's. Rond half zeven komen we aan in Villa Mar, waar onze chauffeur geld moet betalen voor hij het dorpje in mag. Bij het hostel pakken we uit en is het wachten op het avondeten. Niels en Takeru voetballen buiten een beetje. Na het eten liggen we al snel op bed. Morgen weer vroeg op.
Zaterdag 28 augustus 2010. Slecht geslapen door de hoogte. Iedereen is blij als de wekker om half vijf gaat. Snel inpakken en wegwezen uit deze koude boel. Helaas duurt het nog erg lang voordat de zon opkomt. De chauffeur gebruikt de verwarming niet en de ijssterren staan op het raam. De terugweg duurt lang en is verschrikkelijk slecht: hobbelig, veel bochten, smalle kloven en hoge bergpassen. Maar de kou is het aller ergst. Wellicht is de verwarming kapot doordat de auto al meer dan 250.000 km heeft gereden en de helft van de meters het ook niet doen. Rond acht uur komt de zon over de bergen en stoppen we bij dezelfde warmwaterpoel als op de heenweg. Dit keer alleen pootjes in het water. Gewoon te koud om er in te duiken. Rond negen uur zijn we bij de Boliviaanse grens en krijgen we na de benodigde stempels een ontbijtje. De wind is hard en koud, dus we willen snel afdalen naar San Pedro. We stappen over op een busje en beginnen aan de afdaling. In een uur tijd van 4.600 naar 2.400 meter. Bij de grenscontrole in San Pedro begint het lange wachten. Eerst paspoortcontrole en visum, daarna tassencontrole. Niet veel later komen we aan in San Pedro en nemen we afscheid van Takeru. Bij het hostel is niemand te vinden. De schuifpoort is los en als we richting de kamers lopen hangt er een briefje aan het raam dat we kamer twee hebben. Wat ontzettend lief van Teresa dat we de kamer al kunnen gebruiken. Even lekker douchen en de was doen.
We zijn blij dat we weer op een normale hoogte zitten. Bolivia was afzien, maar het was het absoluut waard! Morgen nog één keer de hoogte in, om de Andes over te gaan naar Argentinië.


